De letters geven de verschillende vrouwelijke bloedlijnen weer, de cijfers het aantal duizenden jaren geleden dat de betreffende bloedlijn is ontstaan.

Alle mensen die nu leven stammen af van Afrikanen van beneden de Sahara, ook de Kempenaren. Hoe we dat weten? De onderzoekers van oude botten (paleontologen), ruïnes en oude bouwresten (archeologen), talen wereldwijd (linguïsten) en erfelijkheid (genetici) hebben de handen ineen geslagen. De doorbraak kwam van de genetici die een stamboom konden samenstellen die begint bij het ontstaan van de moderne mens, circa 190.000 jaar of ruim 6300 generaties geleden. Daardoor weten we wanneer de diverse bloedlijnen (haplogroepen, haplotypen) van mensen zijn ontstaan. Om er ook achter te komen waar op de wereld dat is gebeurd, heeft ‘National Geographic’ het zogenaamde Genographic project  opgezet.


De website van het Genographic project

Globale migratie
Het ‘Genographic project’  is internationaal en zelfs wereldomspannend. Door overal ter wereld mtDNA en Y-chrDNA te analyseren van min of meer geïsoleerde, stammen en bevolkingsgroepen is ontdekt waar bepaalde bloedlijnen het meest voorkomen en dus vermoedelijk zijn ontstaan. In combinatie met de resultaten die werden behaald door het onderzoeken van oude skeletresten en de kennis van de andere wetenschappen weten we nu dat de moderne mens ontstond in Afrika, vermoedelijk in of rond het huidige Ethiopië. En verder, dat die vroege moderne mensen in kleine groepjes zo’n 130.000 jaar of langer rondzwierven door  Afrika voordat enkelen overstaken naar het Arabische schiereiland vanwege een klimaatverandering. De voorouders van de Neanderthalers waren hen voorgegaan. Vanaf dit Arabische schiereiland is de wereld bevolkt. Achtereenvolgens kwamen aan bod Azië, Australië, Amerika en Europa. Op de website van de Bradshaw Foundation is de trektocht te zien uit vrouwelijk perspectief (mtDNA). De animatie is in het Engels. Er bestaat helaas (nog) geen Nederlandse versie. Ook voor de mannen (Y-chrDNA) is een dergelijke migratiekaart getekend.

Uitgestorven bloedlijnen
In de loop der tijden zijn diverse bloedlijnen (haplogroepen, haplotypen) uitgestorven bv. die van de bekende ijsman ‘Ötzi’ die gevonden werd in de Alpen en daar 5300 jaar geleden was gestorven. Het aantal uitgestorven bloedlijnen is zo groot dat –voor zover bekend- alle huidige mensen in rechte lijn afstammen van slechts één vrouw en slechts één man.


De gletschermummie  ‘Ötzi’ die 5300 jaar geleden de dood vond in de Alpen

Blijkbaar zijn van de mannen meer bloedlijnen uitgestorven dan van de vrouwen, want die oudste man met nu nog levende mannelijke nakomen leefde 60.00 – 140.000 jaar geleden, terwijl de oudste vrouw met nu nog levende vrouwelijke nakomelingen 175.000 – 200.00 jaar geleden leefde. Dit verschil is verklaarbaar met de oorlogvoering waarbij de ene stam de andere overwon door de mannen te doden en de vrouwen te verkrachten. Vrouwen in een bepaald gebied kunnen dus oudere wortels hebben dan mannen.

Dichter bij huis
Het internationale ‘Genographic project’ houdt zich vooral bezig met grootschalige migraties in de afgelopen 200.000 jaar. Maar ook op kleinere schaal is veel te ontdekken met behulp van wat pijnloos afgenomen wangslijmvlies. Zo kan met de nu levenden worden nagegaan via welke route een bepaalde bloedlijn is gereisd van Afrika naar de huidige woonplaats en wanneer ze waar waren tijdens hun reis.


Van een moederlijke bloedlijn uit Zeelst is dit onlangs gepubliceerd.

Het project ‘een Zeelster Slag’ gaat dieper in op de Belgische en Nederlandse Kempen en neemt de oude parochie Zeelst-Meerveldhoven anno 1650 als voorbeeld

Afstamming
Zoals bekend krijgen kinderen hun erfelijk materiaal (DNA genoemd) met de chromosomen van hun ouders. Van de moeder zit de helft van haar chromosomen in de eicel, van de chromosomen van de vader wordt de helft vervoerd in de zaadcel. De mannelijke en vrouwelijke chromosomen komen bij de bevruchting weer bij elkaar. Bij ieder kind is er een toevallige scheiding tussen de helften. Daardoor lijken kinderen uit één gezin wel op elkaar, maar zijn ze toch duidelijk verschillend.


Een cel van het menselijk lichaam; De rode ‘broodjes’ zijn de mitochondriën waarin het mtDNA zit; De uitbolling in de doorgesneden cel is de zogenaamde celkern waarin de chromosomen liggen die het gewone DNA bevatten.

Toch zijn daar twee uitzonderingen op die het mogelijk maken onze voormoederen en voorvaderen in rechte lijn op te sporen tot het ontstaan van de moderne mens, zo’n 190.000 jaar geleden.


Het mtDNA van een mitochondrion is ringvormig. Aan de randen is aangegeven welke functie bepaalde delen hebben in de energieopwekking in de cel.

De rechte moederlijke lijn volgen
Alle cellen van ons lichaam bevatten honderden tot duizenden kleine energiecentrales, die mitochondriën genoemd worden.

Ook de moederlijke eicel heeft er diverse, maar de vaderlijke zaadcel laat de zijne achter bij de bevruchting. Vandaar dat wij allen, vrouwen zowel als mannen, de energiecentrales hebben van onze moeder, van onze grootmoeder van moederszijde, van de overgrootmoeder van moederszijde enz. enz., de volledige 6000-6500 generaties lang die ons scheiden van de eerste moderne mensen.

De mitochondriën, onze energiecentrales, delen zich doorlopend om ook alle nieuwe cellen ervan te voorzien. Bij dit delen en kopiëren van hun mtDNA worden soms foutjes gemaakt, de zogenaamde mutaties die worden doorgegeven aan de nakomelingen. Hierdoor leidt een mutatie tot het ontstaan van een nieuwe bloedlijn, haplogroep genoemd. ‘Oude’ mutaties (haplogroepen) raken daarbij ruimer verspreid dan ‘nieuwe’. De haplogroepen worden dan ook weer onderverdeeld in haplotypen. Van de haplogroepen en haplotypen is een moederlijke stamboom opgesteld.


De chromosomen in de cel van een jongen of man. De X- en Y-chromosomen zijn de zogenaamde geslachtschromosomen: een meisje heeft 2 X-en, een jongen heeft en X en een Y.

De rechte vaderlijke lijn volgen
Tot nu toe ging het slechts over de afstamming in rechte moederlijke lijn. Maar ook in rechte mannelijke lijn wordt er een vast stukje erfelijk materiaal doorgegeven van vader op zoon, het zogenaamde Y-chromosoom. Net als bij het mtDNA, treden er in de loop der tijd bij het Y-chromosoom DNA mutaties op die leiden tot nieuwe bloedlijnen, die weer zijn benoemd als haplogroepen en haplotypen en waarvoor een stamboom kon worden opgesteld.