Bij het samenstellen van het boek ‘Post uit Zeelst’ hebben we eindelijk het mysterie van Peerkes Hut en zijn bewoner kunnen oplossen. Mede dankzij de hulp van Marita van Brussel, die de geschiedenis van Jacobus de Greef (de broer van Peerke) onderzoekt en erover publiceert. Tijdens de presentatie van het boek hield Marita een voordracht over haar betovergrootvader Peer van Brussel die op de ansichtkaart in het boek staat:

Mijn voordracht over Peerke’s hut, ter gelegenheid van de boekpresentatie ‘Post uit Zeelst’
“Mij is gevraagd wat te vertellen over mijn betovergrootvader Peer van Brussel die op deze ansichtkaart staat. Het was een hele ontdekking een paar maanden geleden toen vast kwam te staan dat het mannetje op de foto echt mijn voorouder was!”
Lees verder

Meer prachtige verhalen over Zeelst
Maar er staan nog meer prachtige verhalen over Zeelst op haar blog ‘Brusselse kermis’. Een paar voorbeelden:


De smeuiigste processen-verbaal van de gemeente Zeelst 1841-1888
Op woensdag 14 april 1841 werden rond tien uur ’s avonds werd bij het huis van wever Jan van der Linden het houtwerk, een raam en de daarin staande ruiten stuk geslagen. Linders’ vrouw Maria Smulders liep daarop naar buiten, om poolshoogte te nemen. Jan en zijn zoon Johannes zagen dat Magiel van Rooij, een wever uit Strijp, haar onmiddellijk een zodanige slag met een stok op het hoofd gaf dat zij bijna de hersenen boven de oogen op haar hoofd kreeg.
Lees verder

Een passant in Zeelst: molenaar Lambertus der Kinderen (1823-1878)
Volgens de molendatabase.nl werd de Zilster molen in 1858 gebouwd voor mulder Der Kinderen uit Geffen. Geffen is een dorp westelijk van en tegenwoordig deel van de gemeente Oss. De enige molenaar met de achternaam Der Kinderen die in de omgeving van Zeelst/Veldhoven/Meerveldhoven woonde kwam echter helemaal niet uit Geffen. Huh?
Lees verder

Geen vetpot in Coudewater (1870-1885)
Jacobus de Greef, de Zeelster zonderling, bracht in de zomer van 1876 enkele maanden door in het Krankzinnigengesticht Coudewater bij Rosmalen, nadat hij mensen had aangeklampt op de jaarmarkt in Oirschot en zo “last en schrik” had veroorzaakt. Natuurlijk ben ik nog steeds heel benieuwd wat zijn diagnose volgens het gesticht Coudewater was, welke dagbesteding hij daar had en hoe hij zich in het gesticht gedroeg.
Lees verder

Waar wevers woonden… in Zeelst (1832)
Met behulp van de Oorspronkelijke Aanwijzende Tafels 1811-1832 en de bevolkingsregisters van Zeelst heb ik de buurtschappen ten noorden van de dorpskern van Zeelst in kaart gebracht. Eerst heb ik de oorspronkelijke aanwijzende tafels van Zeelst doorgenomen, en alle bebouwing (huizen, schuren en bakhuizen) genoteerd. Vervolgens ben ik deze gaan opzoeken op de kaarten met behulp van de nummers. Ik heb daarna met gekleurde cirkels een onderverdeling per buurtschap gemaakt voor het gebied. Ik heb dit gedaan om inzichtelijk te maken welke gezinnen bij elkaar woonden.
Lees verder