Jacques Cuijpers, schoolmeester te Zeelst 
Brabant Cultureel,  literair tijdschrift voor kunst, cultuur en literatuur
nummer 1 – februari 2015
door Lauran Toorians

Van 1883 tot 1913 was Jacques Cuijpers hoofd aan de openbare lagere school in Zeelst, nu gemeente Veldhoven. Hij was een veelzijdig man die op vele terreinen zijn sporen verdiende. Een monumentaal boekwerk haalt hem uit de vergetelheid.

Zeelst is tegenwoordig de wijk van Veldhoven die het dichtst bij Eindhoven ligt, daarvan gescheiden door de A2. Van 1811 tot 1921 was het een zelfstandige gemeente, daarvoor was het een heerlijkheid met een adellijke heer als hoogste bestuurder. Dit zelfstandige verleden zal ertoe hebben bijgedragen dat in 2002 een werkgroep Zeelst Schrijft Geschiedenis tot stand kwam, eerst nog onder de veilige paraplu van de Heemkundige Studiekring de Acht Zaligheden, maar al snel als zelfstandige heemkundekring.

Dat deze werkgroep een vliegende start maakte en hard aan de weg timmert, zal mede te maken hebben met het feit dat Frank van der Maden er de voorzitter van is. Als (inmiddels gepensioneerd) medewerker van de Brabant-Collectie kende hij de wereld van heemkundekringen en de lokale en regionale geschiedenis van nabij. Bij de Brabant-Collectie was hij verantwoordelijk voor de Film- en Fotobank Noord-Brabant en dat hij visueel is ingesteld, blijkt ook zijn uit zijn werk voor Zeelst Schrijft Geschiedenis.

Eigenhandig gekalligrafeerd visitekaartje van Jacques Cuijpers, met portretfoto, 1897.

Belletje
Of Van der Maden via de Brabant-Collectie in aanraking kwam met Jacques Cuijpers is niet duidelijk. Hij beschrijft in elk geval dat Cuijpers in Zeelst zelf vrijwel vergeten was. Alleen binnen de lokale harmonie zong de naam nog rond, omdat Cuijpers hierin lang actief was geweest en een kroniek (‘Getrouw en waarachtig Verhaal’) over de beginjaren van de harmonie had geschreven.Dat de naam Jacques Cuijpers geen belletje doet rinkelen, is dan ook geen schande. De man werd in 1850 geboren in het Limburgse Neeritter, waar hij ook opgroeide. Een jaar of zestien oud, werd hij er kwekeling bij zijn oude schoolmeester in Neeritter en dit werd de start van een lange onderwijsloopbaan. Via kortere en langere aanstellingen in diverse plaatsen – onder meer zeven jaar in Helmond – kwam hij in 1883 als hoofd der school naar Zeelst en die functie zou hij tot zijn pensionering in 1913 vervullen. Hij overleed in 1926 in Veldhoven.

Door Cuijpers gekalligrafeerd muzikaal feestmenu ter gelegenheid van het 25-jarig ambtsjubileum van burgemeester Driessens van Neeritter, 1921. Het menu begint met ‘consommée met balletjes’ en eindigt met ‘volop lol’. 

Cuijpers’ loopbaan voltrok zich precies in de periode dat het openbaar onderwijs in Nederland een bloeiperiode beleefde. In de Grondwet stond (en staat): ‘Het onderwijs is een voorwerp van de aanhoudende zorg der regering.’ Dat was eeuwenlang niet het geval geweest. Dat wil niet zeggen dat er geen goede dorpsscholen waren, maar er was geen centraal toezicht en ook geen leerplicht. En al woedde de schoolstrijd – de strijd om bijzonder onderwijs te mogen geven, met financiële steun van het Rijk – het openbaar onderwijs had in Cuijpers’ tijd nog volop de overhand. De onderwijzers waren geschoold en georganiseerd en er was een goed toezicht door de onderwijsinspectie.

Over Cuijpers’ kwaliteiten als onderwijzer weten we niet veel, maar alles wijst erop dat hij het vak met plezier en naar ieders tevredenheid uitoefende. Wat we nu, dankzij de werkzaamheden van Zeelst Schrijft Geschiedenis, wel weten, is dat hij een veelzijdig man was. De harmonie waarvan hij van 1909 tot 1924 ‘president’ was, is al genoemd.  In 1903 maakte Cuijpers een geheel gekalligrafeerd jubileumboek bij het vijftigjarig huwelijk van zijn vriend Driek Janssens.

In 1903 maakte Cuijpers een geheel gekalligrafeerd jubileumboek bij het vijftigjarig huwelijk van zijn vriend Driek Janssens. Hier de beginpagina van Cuijpers eigen feestrede.

Folklore
Cuijpers had ook een goed oor voor dialect en belangstelling voor hoe door de mensen om hem heen werd gebruikt, zowel in Neeritter – hij lijkt steeds contact met zijn geboorteplaats te hebben gehouden – als in Zeelst en omgeving. Toen er zowel landelijk als vanuit het Provinciaal Genootschap voor Kunsten en Wetenschappen belangstelling voor dialect en folklore opkwam, sloot Cuijpers daar meteen bij aan. Hij verzamelde en publiceerde volksverhalen, uitdrukkingen en gezegden, kinderrijmpjes en informatie over lokale zeden en gebruiken, en hij hield onderhoudende voordrachten – die hij soms ook publiceerde – over alledaagse onderwerpen zoals het lachen.

Als schoolmeester had Jacques Cuijpers een goede schrijfhand en hij bekwaamde zich ook al vroeg in de kalligrafie. Dat begon waarschijnlijk met zijn keurig verzorgde aantekenschriften, maar al snel maakte hij ook oorkondes voor feestelijke gebeurtenissen en ander kalligrafeerwerk. Dat hem dat ook nog een aardig zakcentje opleverde, blijkt uit een rekening die bewaard is gebleven uit 1919 (hij was toen dus al met pensioen). Voor een oorkonde plus kleine oorkonde met daarbij behorend etui, plus lijst voor de grote oorkonde rekende hij 50,56 gulden, wat in die tijd een fors bedrag moet zijn geweest.

Godsvruchtig was Cuijpers ook en hij heeft zich intensief, en opnieuw ook als auteur en kalligraaf, ingezet voor de verering van Onze Lieve Vrouwe ter Eik in Meerveldhoven. Al deze vruchten uit de pen van Jacques Cuijpers zijn door de Zeelster werkgroep ijverig verzameld en aan de vergetelheid ontrukt door ze (deels opnieuw) uit te geven in een monumentaal boekwerk: twee kloeke boeken plus een mapje met een dvd in een chique cassette als monument voor de meester.

Naamlijst van het Zeelstse Bijengilde St. Ambrosius, 1902.

Context
Het sec bij elkaar brengen van al dit werk zou misschien niet erg zinvol zijn geweest. Los van het feit dat het daarmee is veiliggesteld voor de toekomst, zou dat een nogal onsamenhangende stapel curiosa hebben opgeleverd. De kracht van deze uitgave zit hem vooral in het feit dat Cuijpers’ werk op een degelijke manier van een context werd voorzien. Daarbij nam Frank van de Maden de biografie en de Mariadevotie voor zijn rekening. De dialectologen Jos Swanenberg en Ton van de Wijngaard bogen zich over de dialecten van respectievelijk Zeelst en Neeritter, Willem de Blécourt beschouwde de volksverhalen die Cuijpers verzamelde, Cor van der Heijden de aantekeningen over zeden en gebruiken, Jant van der Weg de kinderrijmen en Albert Pennings verdiepte zich in het kalligrafische werk.

Het zijn deze essays die het boekwerk doen uitstijgen boven het lokale curiosa en die het waardevol maken voor de volkskunde en dialectologie in breder verband. Op de dvd zijn alle bewaard gebleven schriftjes, publicaties en kalligrafieën van Cuijpers opgenomen. Zelf omschreef Cuijpers zijn eigen schoolmeester uit zijn Limburgse jeugd bij diens veertigjarig jubileum met de woorden: ‘een waar mensch, een ijverig schoolman en een warm opvoeder, wiens hart steeds met liefde klopte voor de belangen van het onderwijs en het heil der jeugd’. Hij lijkt daarmee de kwaliteiten te noemen die hij ook zelf nastreefde. Maar Cuijpers was meer dan schoolmeester. Hij was ook een etnograaf wiens werk nog steeds waarde heeft.