Zilster Kroniek

Piet de Bont

Het nog jonge echtpaar Piet en Nella de Bont

Piet de Bont: broodbakker, bestuurder en organisator
door Thieu Vlemmix

Halverwege de jaren vijftig. Een klein voorkamertje bij ons op de boerderij. Ons Riek deed er het ‘thuiswerk’. Vele meters linnen gleden door haar handen en werden ‘onzichtbaar gestopt’, voor fabriek de Groof. Dat had ze geleerd in het naaiatelier van de stoffenkoningin van de Djept, buurvrouw Mientje Snelders.

Wielergek dorp
De radio op het plankje aan de muur stond afgestemd op de Tour de France. Met mijn hoofd zowat in de luidsprekers, raakte ik in m’n eerste tienerjaren helemaal verslingerd aan het wielrennen. Ik was niet de enige. Zilst ontpopte zich in korte tijd tot een wielergek dorp en bracht een aantal succesvolle renners voort, zoals Bart en Fer Boogers (17 keer winnaar), Toon Wouters, Henk van der Linden, Henk van Rooy, Wim van Eeten etc. De broers Boogers samen aan de start, dat was al smullen. Maar de opwinding steeg aanzienlijk toen zich daar tussenin hun aanstaande schônbruur Toon Wouters mengde. Toon vree hun zus Sjannie. Hij kwam eigenlijk uit Knegsel. Een sterke vent, met inhoud. Deze latere Gilde Keizer wilde zich maar al te graag een comfortabele positie binnen de schoonfamilie, maar zeker bij moeder Dymph, verwerven. Dan gelden dikwijls de wetten van de sterkste. En het lukte hem soms om zijn Zilster concurrenten af te troeven. Mijn eigen zusters, Mia en Riek, trokken op met de gebroeders Adams uit Meerveldhoven. Die fietsten ook. En ik ging elke zondag mee. Langzaam werd de tijd rijp voor koersen in ‘eigen huis’. Het was tijd voor de ‘Nacht van Zilst’ en de ‘Koers van Oers’. Zoals later zou blijken, topevenementen. De organisator? Piet de Bont.

Petrus Alphonsus de Bont werd in Oers geboren op dinsdag 24 augustus 1915. In 1941 trouwde hij met Petronella van Oosterhout, een Zilsterse schone. Samen kregen ze een zoon: Wally. Lange tijd had Petrus, ofwel Piet, een broodbakkerij op de Blaarthemseweg. Eerst bezorgde hij het brood met de bakfiets, later met de bestelauto.


Piet op de bumper van z’n bestelauto

Bontburgers
Daarna werd hij eigenaar van een frietzaak, annex cafetaria met automaat; daar waar nu cafetaria Zilst gevestigd is. Maar het was zijn vrouw Nella die er de regie voerde. Piet’s liefhebberij lag immers ergens anders. De Bontburgers waren overigens wijd en zijd bekend; hamburgers met door Nella’s zelfgemaakte saus. Onovertroffen tot de dag van vandaag.

Wielerclub Brabantia
Nella en Piet waren aan elkaar gewaagd. Maar als zijn vrouw ’t echt op de heupen had, maakte manlief zich ijlings uit de voeten. Dan viel er immers geen greintje eer te behalen voor de hartstochtelijke wielerorganisator. In 1958 richtte hij Wielerclub Brabantia op. Een nu nog steeds levendige vereniging. Jarenlang was hij daarvan de voorzitter en inspirator. Maar hij was ook bestuurder van de Kempische Biljartbond, zat de Supportersclub van UNA voor en bestuurde de plaatselijke duivenclub. Piet’s drang om dingen tot stand te brengen en er richting aan te geven, was ongekend en nagenoeg ongeremd.

De Koers van Oers
Grote faam verwierf de Bont ook buitendörps. Zoals in z’n rol als organisator van de Koers van Oers. ‘Het’spektakel van ’t jaar in de regio.


V.l.n.r. Tiny Senders, Sjac, Piet en Noud Peters, de motor-ordonnansen bij de ‘Koers van Oers’. Achter hen, de fietsende vrouwen.

De voormalige bakker gooide daarbij al zijn charmes en organisatie-talent in de strijd. Het resultaat: de kasteleinsvrouwen van Veldhoven stonden met de fiets aan de start: Toos en Leen Lukken, Sjannie Boogers, Mia en Nel Tops, Mia Geven, Jaan van de Boomen, enz. Niets zwak geslacht van achter de tap, maar plots een sportief gezelschap op de fiets. Niet gehinderd door enige voorkennis van de wielersport, noch door angst voor de uitdaging, wachtten ze niks af. Meteen na de start ‘ging ut urrop’. Gebogen over het stuur, stampten de dames op de pedalen van hun dames fietsen. De stevige Brabantse dijen maalden soepel als ouderwetse koffiemolens langs de smalle fietszadels. En ze tilden daarbij het – bij velen niet onaanzienlijke – achterwerk, zo elegant mogelijk richting het zwerk van Oers. Een kluwen op wielen, baande zich zo een weg langs het schreeuwende volk. Door een odeur van frietlucht en gebakken frikadellen heen, op weg naar de meet. Dat sprak de massa aan. De kroegen zouden na afloop vollopen.

Gespreksstof genoeg. Fantasieën in overvloed, visioenen zelfs. Tot op de dag van heden schijnen er nog mannen behept te zijn met het ‘syndroom van Oers’. Kippen zochten hevig kakelend een veilig heenkomen in hun vertrouwde hokken. De nonnen achter de ramen van het klooster raakten hillemoal van de leg. En ze probeerden de rampspoed buiten af te wenden, door het aanroepen van alle Heiligen in de hemel en het aanheffen van talrijke litanieën. De geestelijkheid aan de kant van de weg deed er intussen bekant alles aan, om zich aan dit godslasterlijke tafereel te onttrekken. Schielijk gaven ze zich over aan het slaan van zoveel mogelijk kruistekens. Dat belette hen echter niet om tussendoor de ogen toch nog stiekem goed de kost te geven. Het was ook niet niks. Deze contreien waren nog maar pas bevrijd van de poffer en de snelzeiker (een lange rok welke vrouwen in staat stelde om onderweg naar de kerk hun plas midden op de weg te doen). En nu dan deze revolutie. Organisator Piet de Bont had die zorgen allemaal niet. Die was zelfs al zowat in de (zevende) hemel aanbeland. Dat kwam door het grote aantal gratis consumpties dat ie aangeboden had gekregen vanwege het verpletterende succes. Hij was in kennelijke staat en niet meer bij machte om de prijsuitreiking te doen.

Gemoedelijk en getapt
De Bont, een gemoedelijke vent. Kwaad was hij bijna nooit. Letterlijk en figuurlijk was hij erg getapt en bezat veel vrienden, nauwelijks vijanden. Bij strubbelingen wist Piet altijd wel een oplossing te bedenken, waardoor strijdende partijen elkaar weer vonden. Een opmerkelijk patroon vormde zijn dagindeling. In zijn bakkerstijd bakte hij in de nacht en vroege morgen en bracht het brood op bakkersfiets, respectievelijk bestelauto, rond. Daarna was ‘t tijd voor z’n andere ronde. En die liep langs de vele dorpskroegen. Onder een stevige pot bier bokste hij zaakjes voor elkaar, haalde premies op voor de wielerwedstrijden, onderhield contacten en loste met soepele geest geschillen op. Hij was de letterlijke verpersoonlijking van ‘het brood en de spelen’. Het ene bracht hij rond en het andere organiseerde hij.

Op 1 april 1989 stierf deze wielerpionier en man van het volk, op 73-jarige leeftijd. Veel te vroeg, maar geleefd heeft hij!

Met speciale dank aan de leden van de werkgroep Zilster Kroniek voor hun  inbreng: Leo Loijen (voorzitter), Jos Kastelijns (fotografie), Wim Senders en Steef Pas.

©2007  Heemkundekring Zeelst Schrijft Geschiedenis

Reageren is niet mogelijk

Thema door Anders Norén