Zilster Kroniek

Piet Rijkers

Piet Rijkers feliciteert de Kajotters van Zilst met hun 25-jarig bestaan

Piet Rijkers: ‘We komme van Zilst…’
door Thieu Vlemmix

Als je ‘het Zilster Volkslied’ zegt, dan zeg je Piet Rijkers. En als je mensen van nu die zijn opgegroeid in ‘zijn periode’ daarnaar vraagt, dan is het niet denkbeeldig dat je zelfs spontaan de eerste regels te horen krijgt: “We komme van Zilst, al van dè gat, vlakbè de lempkesstad”. Een ballade die door hem werd geschreven en die nu officieus als het Zilster Volkslied geldt. Het kan ook zijn dat je te horen krijgt: “O ja, die van het jeugdvakantiewerk”. Want ook daarin had hij een belangrijk aandeel.

Aan de ene kant doe je hem daarmee te kort. Want hij deed veel meer belangrijks. Aan de andere kant is het een ongelofelijk compliment aan iemand die een groot deel van zijn verdere leven elders doorbracht. De waardering vanuit zijn geboortedorp is dus nog latent aanwezig… In 1965 verliet hij Zilst – hij was vijfenveertig – om in Vlierden te gaan wonen, waar hij opzichter wegenaanleg werd. Maar ook daarna hield de jeugd van ons dorp nog contact met hem. Er fietsten nog regelmatig groepjes van jongens naar Vlierden toe. Of met het busje, om hem te helpen bij de (ver)bouw van zijn huis. Ook volwassenen werkten mee. “Met Theo Broens als opzichter van de bouw”, zo weet Leo Moonen, die hem erg goed heeft gekend, nog. Hij hielp zelf ook mee. Leo: “Piet van Delft leerde aankomende stukadoors als Joep Deeben en Sjac Vennix er verder het vak. Ze bleven er zelfs slapen. En reken maar dat het huis gepast werd ingezegend toen het klaar was. In een plaatselijk kroegske, mi kauwe schôtel en bier”.


Zeelster jeugd in Vlierden bij de bouw. Geheel rechts ‘opzichter’ Theo Broens.
Derde van links Piet Rijkers.

Sociaal en creatie
Piet Rijkers werd geboren in 1920, in Zilst. Hij bracht er zijn gehele jeugd door. Nog nauwelijks de kinderjaren ontgroeid, bleek al gauw zijn sociale gedrevenheid. En zijn creativiteit op tal van gebieden. Misschien had dat – behalve zijn natuurlijke aanleg – wel iets te maken met het al vroeg overlijden van zijn vader. Hij werd op jeugdige leeftijd kostwinner. In 1950 trouwde hij met Riek van Os en ze gingen wonen in de Heuvelstraat op nummer 17. Het gezin Rijkers kreeg 5 kinderen. Geen daarvan woont nu nog in Veldhoven. Hoewel hij de handen goed kon laten wapperen, vond Piet werken niet echt belangrijk. Toch, maar misschien wel juist daarom, heeft hij veel banen gehad. Hij werkte onder andere bij Brabantia en bij Philips. Zijn laatste baan was bij de gemeente Deurne op de afdeling openbare werken, opzichter wegenbouw. Dat was een schot in de roos. Hij vond het de fijnste baan, die hij ooit had, kon daarbij zijn fiets veel gebruiken en dat deed hij het liefst. In de buitenlucht en, als het even kon, met mensen om zich heen. En dat kon. In tegenstelling tot de meeste mensen, vond Piet geld niet belangrijk. “Het is maar geld”, zei hij dan. Zijn vrouw dacht daar (uiteraard) heel anders over, want ze had ’t hard nodig voor ’t huishouden.

Jeugd vakantiewerk
In Zilst herinnert men zich de vele terreinen waarop Rijkers zich inzette voor de gemeenschap, nog maar al te goed. Bij Katholieke Arbeiders Jeugd was hij de drijvende kracht. Voor deze ‘Kajotters’ was Piet een vriend, een maat. Je kon altijd bij hem aankloppen.


Kajotters van Zilst vieren hun 25-jarig bestaan. Netjes in pak nemen ze de felicitatie in ontvangst van hun voorman Piet Rijkers, hier in zijn hoedanigheid als bestuurder van het KAB. Herkenbaar v.l.n.r. Bert Fonteyn, Piet van Delft, Leo Moonen, Gerard Egelmeers, Sjac Peters en geheel rechts Piet Rijkers.

Korte tijd maakte hij namens de KVP ook deel uit van de gemeenteraad. In die positie zette hij zich erg in voor de Sociale Woningbouw. Zijn huis was in die periode een soort van kantoor, waar iedereen terecht kon. De politiek werd de rug toegekeerd, nadat het project KAB-woningen niet doorging. Piet had zelf dit project aangejaagd en op gang gebracht. Jonggetrouwden van Zilst, zonder eigen woning en die inwoonden bij (schoon)ouders, waren al ingeschreven. Ze rekenden er vast op dat ze in aanmerking kwamen voor deze goedkopere bouw van zo’n 80 woningen. Echter, door – zoals Rijkers dat zag – politiek gekonkel, werd er toch een projectontwikkelaar ingeschakeld. Dat maakte het allemaal veel duurder, wat tegen alle eerdere afspraken in ging. Uiteindelijk ging het plan helemaal niet door. Piet Rijkers ervoer dat als een klap in het gezicht en verliet aangeslagen het politieke toneel.

Maar de jeugd van ons dorp, die stond toch bij hem voorop. Zo organiseerde hij het jeugdvakantiewerk, dat een groot deel van de lange zomervakantie opvulde. Tot diep in de zwoele Zilster zomernachten draaide Piet de stencilmachine, om de weekprogramma’s op tijd klaar te hebben. Zoals Fred Arts (snoepwinkeltje van Jan Arts bij de kerk) zich herinnert: ‘die blaadjes werden bij ons thuis aan het zijraam opgehangen’.

Eerlijkheid was één van zijn opvallende deugden. Daarin wilde hij nog wel eens overdrijven. Zo kwamen bijvoorbeeld zijn eigen kinderen bij de vele spelletjes nooit in aanmerking voor een prijs; dat zou immers op ‘vurtrekke’ kunnen lijken.

Poppenkast en de Revue
In beste herinnering liggen ook nog de processies van de Heilige Kindsheid. De ster van Piet Rijkers schitterde daarin als de Sint Josef, de timmerman. Schavend op de werkbank, hield hij zijn imago van de hardwerkende vriendelijke mens moeiteloos overeind. Hobby’s had hij genoeg. In het Patronaat werd er ook aan toneelspel gedaan. Veelzijdig als deze jeugdbegeleider was, werd de tekst door hem bedacht en geschreven. Hij regisseerde, en bouwde daarnaast nog de decors. Soms ging hij daarin erg ver. Niemand stond er meer van te kijken dat daarvoor nota bene glas- en overgordijnen, en soms nog ander huishoudelijk gerei, er thuis aan moesten geloven. Maar met die ene keer dat het echtpaar ’s avonds naar bed wilde gaan en er achter kwam dat het bed er niet meer stond, was de limiet toch echt bereikt. Zijn vrouw Riek moet wel erg veel van hem hebben gehouden! Het toneel was begonnen met het poppenspel. De poppen van papier-maché vervaardigde hij samen met Riek, die bovendien de bijpassende kleertjes maakte. De optredens beperkten zich niet enkel tot Veldhoven. En later in Vlierden kreeg hij toch nog zijn echte toneel, als was dat niet het politieke, maar de wel artistieke bühne. Onder zijn bezielende leiding kwam er in Vlierden zelfs een heuse Revue tot stand. Daarmee trok Piet zowel de Peel als de Kempen in. Ook in Zilst stond het Vlierdense gezelschap op de planken. Het bleek een voorstelling te zijn van zeer hoog artistiek niveau, een wervelende show. En Zilst sloot de verloren zoon in de armen. Daarmee houdt het indrukwekkende aantal hobby’s en bezigheden van deze sympathieke en drukke mens nog lang niet op. Hij hield van sport. Zoals wielrennen bijvoorbeeld. Het is bekend dat hij eens vanuit Zilst naar de Nationale Kampioenschappen in Heerlen fietste, samen met zijn zoon. Een afstand van – heen en terug – maar liefst ruim 190 kilometer. Het einde van de wedstrijd maakte hij niet mee. Halverwege moest al weer aangetrapt worden, want anders waren ze voor het donker niet thuis. Zijn sportieve, sociale en sympathieke karakter blijkt ook uit een voorval dat plaatsvond vlak na een WK voetbal, waarop Turkije voor het eerst een heel goed resultaat behaalde. Voor Piet was dat reden genoeg om een plaatselijke Turkse winkelier spontaan te verassen met een bos rode en witte rozen.


Piet Rijkers: uitrusten na gedane arbeid

Ironie 
Piet Rijkers verdween al meer dan 40 jaar geleden uit het Zilster leven, omdat hij verhuisde naar Vlierden. In ‘zijn’ Zilster Volkslied heeft hij het ergens over ‘houwde gullie de stad, gif ons dè gat’. Met die stad wordt Eindhoven bedoeld. De ironie wil, dat hij uitgerekend daar overleed, op 82-jarige leeftijd. Hij werd er ook begraven. Zilst kon hem nooit echt bedanken voor zijn grote verdiensten. Misschien mag dit verhaal als een soort van postuum eerbetoon worden beschouwd.

Met dank aan Leo Loijen voor zijn bijdrage.

©2007 Heemkundekring Zeelst Schrijft Geschiedenis

Reageren is niet mogelijk

Thema door Anders Norén