Lezing

Neutraal of Rooms: voetbal in Brabant 1920-1940

Het eerste elftal van UNA, begin jaren '30

Lezing van Christ van den Besselaar
zondag 12 januari a.s. om 14.00 uur

De eerste voetbalclubs in Brabant ontstaan op het einde van de 19de eeuw. De  KMA in Breda had waarschijnlijk de eerste voetbalclub in Brabant, gevolgd door Den Bosch, Tilburg, Eindhoven, Oss en Helmond. De voetbalsport werd toen gespeeld door de beter gesitueerden, vooral studenten. Na 1900 begint de popularisering.

Vooral de Eerste Wereldoorlog zorgt ervoor dat de voetbalsport uitgroeit tot de meest beoefende sport in Nederland. Bedrijven richten eigen voetbalclubs op voor hun werknemers en de katholieke kerk begint in 1915 zelfs met een eigen katholieke voetbalbond. Initiatiefnemer is de Bredase kapelaan W. Binck, de man die later vooral bekend is geworden door zijn werk voor de Brabantse heemkunde.


Missiewedstrijd

Tussen de twee wereldoorlogen zijn de tegenstellingen tussen de katholieke en neutrale bond groot. Opvallend is echter dat zelfs in een katholieke stad als Tilburg de aanhang onder de neutrale clubs (Willem II, NOAD en LONGA) groter is dan die van de katholieke clubs als RKTVV of Sarto. In Eindhoven is dat niet anders. De katholieke bond is vooral sterk op het platteland. Bijna iedere plattelandsgemeente heeft een katholieke voetbalclub, die het chauvinisme voor het eigen dorp aanwakkert. Dat geldt ook in de nieuwe gemeente Veldhoven, waar Oerle, Meerveldhoven. Veldhoven en Zeelst ieder een eigen voetbalclub hebben.
In 1940 volgt de fusie tussen beide bonden. Ook de protestantse bond en de Nederlandse Arbeiders Sportbond (NASB) sluiten zich noodgedwongen aan. Nog opmerkelijker is dat na de oorlog in de voetbalsport geen herstel plaatsvindt van de vooroorlogse verzuiling, zoals dat op allerlei andere terreinen wel het geval is geweest. In de lezing van vanmiddag gaat het vooral over de vooroorlogse strijd tussen de neutralen en de katholieken.


Christ van den Besselaar

Christ van den Besselaar
Van den Besselaar begon zijn journalistieke loopbaan bij het Brabants Dagblad. In 1976 was hij een van de eerste medewerkers van Omroep Brabant. In diverse functies heeft hij daar tot in 2008 gewerkt. Zo maakte hij historische radiodocumentaires en was hij eindredacteur van het populaire Streekspel. Naast de geschiedenis van Valkenswaard heeft de lokale en regionale voetbalsport zijn speciale belangstelling. Zo verscheen in 2009 zijn boek over “100 jaar De Valk”. Sindsdien is hij een graag gezien en gehoord gastspreker over ‘s werelds meest populaire sport.

Verslag van de lezing

Geschiedenis
Begin 20e eeuw waren er al veel voetbalclubs in Brabant. In onze regio kwam dat pas later. Opvallend is dat toen de boerenzoons nauwelijks deel uit maakten van deze elftallen. In 1904 was de eerste officiële interland tussen Nederland en België. Eerder al speelden clubs uit Antwerpen en Rotterdam tegen elkaar. In de verslagen uit die tijd ging het meer over het bijbehorende banket dan over de wedstrijd zelf.
Een van de pioniers van de voetbalsport was Pim Mulier, de oprichter van (de Koninklijke) HFC in Haarlem in1879 en de Nederlandse voetbal- en atletiekbond in 1889, die in 1895 is opgesplitst. Verder Jan Bernhard van Heek, telg uit de Twentse textielfamilie en oprichter van EFC (Enschedesche Football Club) in 1885, intussen een vierde klas zaterdagamateur.

Pim Mulier  en Jan Bernhard van Heek

Elitair
Voetbal was aanvankelijk een elitaire sport. Engeland was het voorbeeld, waar het werd gespeeld door studenten en leerlingen van kostscholen.
In de zomer werd cricket gespeeld en in de winter voetbal. Cricket is elitair gebleven, waarschijnlijk vanwege de sociale rituelen rond de wedstrijden.
In Brabant werd toen gevoetbald door “relatieve” buitenstaanders.
Alleen mensen met voldoende tijd en geld om te reizen konden deelnemen aan voetbalcompetities. Pas rond 1900 verschijnen de eerste “arbeidersclubs”.
De eerste clubs werden opgericht in de steden, door militairen (o.a. de KMA in Breda), door bedrijven (de oudste is A.N.T.O.N.I. uit Oss van margarinefabrikant Jurgens) en middelbare scholieren. Deze laatsten verdwenen vaak weer als de spelers student werden.


Brabantia Breda

Brabantia uit Breda is de eerste kampioen van Brabant in 1896. Over de kleding bestaan duidelijk nog geen afspraken. Zij speelden vervolgens mee in een nacompetitie voor het kampioenschap van Nederland. In 1916 was Willem II de eerste landskampioen uit Brabant.
Om de toestroom van clubs te kunnen beheersen werden regionale voetbalbonden opgericht. Hierin speelden elftallen van een lager (voetbal)niveau. Voor de kampioenen is een promotie naar de NVB mogelijk. In 1899 wordt de Brabantse voetbalbond opgericht.

Opkomst van de arbeiders in het voetbal
Door de dienstplicht (ingevoerd in 1898) maakten jonge mannen uit het arbeidersmilieu kennis met de voetbalsport. Door de arbeidstijdverkortingswet van 1919 ontstaat er vrije tijd om te sporten, omdat op de zaterdagmiddag en de zondag niet meer gewerkt hoeft te worden. In 1917 was de eerste arbeidersclub al landskampioen geworden, Go Ahead uit Deventer.
De elitaire milieus gaan zich dan terugtrekken uit het voetbal en spiegelen zich aan de Corinthiërs, een club uit Londen die zich niet aansloot bij de Engelse voetbalbond FA. Een voorbeeld van de “milieuproblemen” in het voetbal is dat van Feyenoordspits Kees Pijl, die als eerste arbeider werd gekozen in het Nederlands elftal. Hij was ’s avonds niet welkom in het gezelschap met als opgegeven reden dat hij niet kon bridgen…
Arbeiders speelden vaak ook in fabriekselftallen. Voorbeelden hiervan zijn Volt uit Tilburg, PSV, Karel I, Mignot & de Block en Picus (later de Spechten)  uit Eindhoven en Hero uit Breda. De voetbalbonden waren niet blij met deze fabriekselftallen.

De katholieke voetbalbond
Tijdens de Eerste Wereldoorlog maakten tal van soldaten op hun kazernes kennis met het voetbalspel. De N.V.B. zette in samenwerking met de militaire staf competities voor soldaten op en leverde ook het nodige materiaal. Deze maatregelen leidden ertoe dat veel jongemannen na beëindiging van hun diensttijd in hun woonplaats voetbalclubs zouden gaan oprichten.
Bekijk hier een overzicht van clubs in de kempen uit de begintijd.

De katholieke kerk had bedenkingen tegen sportbeoefening en  in het algemeen en het voetbal in het bijzonder. Onder de kapelaans waren er voorstanders, de rest was tegen. Hieronder staan wat opmerkingen uit die tijd:

“Ouders, houdt uw kinderen af van den voetbalmatch”
brochure door J.J. Doodkorte (1922)

“Weg met den voetbal”
pastoor G.W. Bolder uit Hengelo

“Voetbal? Voetbal is erger dan drank, heb ik pater Elpidius eens hooren zeggen en daar is veel van aan”
Dr. Ariëns

“De moderne sport en gymnastiek, die thans heimelijk worden gepropageerd, spotten  hun theorieën, werktuigen en oefengen met alle christelijke welvoegelijkheid en kuischheid”
mgr. A.F. Diepen, bisschop van ‘s-Hertogenbosch


Kapelaan Binck

Met het argument dat het voetballen niet tegen te houden was en dat het dan beter was voetbal in eigen kring te laten spelen, werden per bisdom katholieke voetbalbonden (KVB) opgericht. In Den Bosch en Breda was dat door kapelaan Binck. Het kwam niet tot een landelijke katholieke voetbalbond omdat de bisschoppen volledige zeggenschap in hun eigen bisdom wilden houden. Wel ontstond er een federatie van katholieke voetbalbonden (RKF). Aanvankelijk werkten de NVB en de RKF samen, maar in 1924 kwam het tot een volledige breuk tussen hen. Een van de gevolgen was dat een speler geschorst door de ene, gewoon kon spelen bij een club van de andere bond. Vanaf 1932 wordt denaam RKF verandert in IVCB  (Interdiocesane Bond voor regeling en verzorging van interdiocesane voetbalcompetities). Uiteraard had de protestant-christelijke zuil zijn eigen voetbalbond, de CNVB. De socialisten hadden de NASB.

Katholiek of neutraal
Er werd druk uitgeoefend op spelers om niet te spelen voor clubs van de NVB (de neutralen). Het stond zelfs ter discussie of je als katholiek wel een “neutrale” voetbalwedstrijd mocht bijwonen! Iedere katholieke club had een geestelijk adviseur. Het advies van deze, meestal, kapelaan was bindend. Niet opvolgen van een advies kon leiden tot schorsing  en uitsluiting uit de competitie. Het was niet ongebruikelijk dat voor aanvang van de competitie de spelers op retraite gingen o.l.v. de geestelijk adviseur.

Kempische bond
Na de eerste wereldoorlog werd competitie gespeeld in district Eindhoven van de RKF, met o.a. EFC, RVV en Sparta (W.) In 1925 wordt de afdeling Eindhoven van de RKF opgericht met 2 klassen. In klasse B de Kempische clubs (Bladella, SVV, Riethoven). In 1926 is de oprichting van district Eersel (Kempen) van afd. Eindhoven mislukt. Wel komt er een Kempische Voetbalbond, los van de RKF. Reden hiervan is dat men ook tegen Belgische clubs in de regio wil spelen (o.a. Arendonk). In 1931 komt de Kempische Voetbalbond in de RKF (district De Kempen).

Voetbal in de gemeente Veldhoven
De lijst hieronder geeft de voetbalclubs binnen  de gemeente Veldhoven weer met hun oprichtingsjaar.

1915: Audax Veldhoven (tot 1924, maar al eerder uit competitie)
1922: Lenitas Veldhoven (tot 1923)
1924: Rood-Wit Veldhoven
1926: Marvilde Meerveldhoven
1929: UNA Zeelst
1931: Ajax Oerle (tot 1931)
1942: RKVVO Oerle

Tussen 1926 en 1930 is Marvilde enkele jaren uit competitie geweest. De clubkleuren waren aanvankelijk geel-zwart. In 1930 werden de kleuren blauw-wit gekozen. De oorspronkelijke kleuren werden al door het in 1929 opgerichte UNA gebruikt. Clubs als Sparta (Veldhoven), VVV (Veldhoven), Veldhovia, de Kemphanen (Zeelst) of MZC (Meerveldhoven/Zeelst) waren niet aangesloten bij een bond.

Voetbal in oorlogstijd
In het seizoen 1940-1941 werd door de Duitse bezetter een eind gemaakt aan de verzuiling. Onder het motto “doen jullie het zelf of moeten wij het doen” werden alle bonden tot fusie gedwongen onder de NVB. Clubs met dezelfde naam uit verschillende bonden  moesten unieke namen krijgen door er het oprichtingsjaar of de vestigingsplaats bij te zetten.  Ook de letters RK toevoegen was een mogelijke oplossing. Clubs met een naam die herinnerde aan het koninklijkhuis dienden die te veranderen. Zo werd Wilhelmina ’08 uit Weert veranderd in “Wiert ‘08” en Wilhelmina Den Bosch in “De Kanaries”

De clubs werden opnieuw ingedeeld. Uit de standenlijsten voor en na de fusie is te zien dat de sterkte van de clubs goed was ingeschat. Dat kunt u hier controleren.
In de beginjaren van de oorlog trok het voetbal veel publiek, het was een van de weinige mogelijkheden van vertier. Later werd de publieke belangstelling minder vanwege de razzia’s door de bezetter.


Frank van der Maden bedankt Christ van den Besselaar voor zijn lezing

Eind jaren ’40 en de jaren ’50
Na de oorlog is deze fusie van de voetbalbonden niet meer teruggedraaid, in tegenstelling tot vele andere sportbonden en andere maatschappelijke instellingen.
Toch bleef de geestelijkheid invloed houden op de van oorsprong katholieke voetbalclubs. Een voorbeeld hiervan is de oprichting van Knegselse Boys in 1954. In dat jaar hadden de bisschoppen in een mandement  de katholieken verboden om lid te zijn van de socialistische vakbeweging NVV en om regelmatig socialistische vergaderingen bij te wonen, socialistische pers te lezen of naar de VARA te luisteren. Als sanctie werd genoemd het onthouden van sacramenten.

De pastoor van Knegsel vond dat oprichting van een voetbalclub binnen een algemene bond gezien de strekking van dit mandement niet op zijn plaats was en hij weigerde om geestelijk adviseur te worden. Toen bleek dat de pastoor van Steensel er wel toe bereid was, haalde hij onder protest bakzeil. Zo werd  RKVV DES het latere Knegselse Boys alsnog opgericht. De pastoor uitte nog wel het dreigement, dat als er één speler te laat zou komen voor het lof het afgelopen zou zijn met het voetballen in Knegsel.

Beroepsvoetbal
In 1953 werd een wedstrijd gespeeld tussen de Nederlandse beroepsvoetballers in het buitenland en de nationale ploeg van Frankrijk in Parijs. De opbrengst ging naar de slachtoffers van de watersnoodramp in Zeeland. Dit leidde in 1954 tot een bond voor beroepsvoetballers, de Nederlandse Beroeps Voetbal Bond. Al in november 1954 fuseerde die bond met de KNVB.

In cijfers
In 1978 telt de KNVB meer dan 1 miljoen leden en werd het Nederlands elftal voor de tweede keer bijna wereldkampioen.
In 1988 werd Nederland Europees kampioen.
In 2006 en 2007 wordt Jong Oranje Europees kampioen.
Sport wordt meer en meer ingezet in achterstandssituaties en voor integratie
Er is sprake van een sterke groei in de belangstelling van meisjes en vrouwen om te gaan voetballen: 40.000 in 1990, 125.000 in 2010. Dit is ruim 10% van totale ledenbestand van de KNVB. Ter vergelijking: de KNHB telt 135.000 vrouwelijke leden.

Reageren is niet mogelijk

Thema door Anders Norén